De evolutie van de elektrische kachel
De overgang van verwarming door verbranding naar elektrische verwarming kwam pas de voorbije eeuw in een stroomversnelling. De eerste modellen van de elektrische kachel kenden een groot energieverbruik, maar werden desondanks bijzonder populair, vooral als noodoplossing om een kamer tijdelijk wat bij te verwarmen.
De redenen voor dit eerste succes zijn in hoofdzaak te vinden in het makkelijke gebruik met een eenvoudige instelling via een geïntegreerde thermostaat, en het feit dat er geen verbrandingsgassen uit de kamer moeten worden afgevoerd. Deze eerste elektrische kachel kon men gewoon om het even waar opstellen.
Het werkingsprincipe van de eerste elektrische verwarming berustte op een weerstand, die aan de hand van elektrische stroom wordt verwarmd. Later werd de elektrische accumulatieradiator als variant van de elektrische kachel uitgevonden. Hier wordt de warmte, opgewekt via de weerstanden, in zogenaamde spekstenen opgeslagen. Het energieverbruik om warmte op te wekken, kon op die manier worden beperkt tot de zogenaamde daluren met goedkopere energietarieven.
Perfectionering van de elektrische kachel
Aterno heeft deze evolutie verder uitgebouwd aan de hand van eigen technologie om deze elektrische kachel performanter en vooral zuiniger te maken. Dit resulteerde in een werkingprincipe waar accumulatie met straling en convectie wordt gecombineerd. Zo wordt de warmte efficiënter afgegeven.
Om warmteverlies te beperken, heeft Aterno verder een geheel eigen, zeer compacte accumulatiesteen ontwikkeld die in al onze inertieradiatoren als kern wordt verwerkt. Dankzij deze compacte steen, kan de opgewekte warmte veel langer in de elektrische kachel opgeslagen worden.